4702
 
christenen ondertekenden het manifest
 
 
 

‘Er leeft een intens verlangen naar waar het echt om gaat’


Jos Douma (Voorganger van de gereformeerd-vrijgemaakte Fonteinkerk in Haarlem)

Ik maak met liefde deel uit van de Kerk en ik wil er dan ook geen kwaad woord over spreken, maar als we spreken over leven in de kerk, zit daar voor mij ook wel eens iets in van óverleven. Soms ben je meer met je programma en je organisatie bezig dan met het ontdekken van de Heer. De kerk is niet een gebouw of een programma, maar iets wat gebeurt met en door mensen heen.

Onze invulling van missionair bezig zijn is vaak dat we ons afvragen hoe we elke zondag tien nieuwe mensen in de kerk krijgen. Moeten we wellicht naar nieuwe vormen zoeken, zoals nieuwe geloofsgemeenschappen waar je bijvoorbeeld je buren kunt uitnodigen voor een barbecue en zo het Evangelie kunt delen? Laat er iets ontstaan rond gemeenschappelijke interesses, zoals we bijvoorbeeld zien bij de christelijke milieubeweging, die geen kerkelijke kleur heeft, maar wel een gemeenschappelijke passie. De kerk is voor mij de liefdevolle gemeenschap rondom Jezus, daarom zie ik een Jesus-movement, een beweging van mensen die passie hebben voor Jezus. Ik vind het een grote uitdaging om binnen onze kerkelijke structuren te werken aan een dergelijke Christus-beweging.
Graag zou ik een verlangen wakker roepen, dat we meer inzien dat het uiteindelijk allemaal om Jezus draait.

Onze Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) hebben in het verleden beweerd de ‘ware kerk’ te zijn. In de praktijk is zo’n idee uiteraard niet houdbaar. Vanaf 1944 zagen wij andere kerken als valse kerken. In de zestiger jaren is er nog eens een breuk gekomen, daar komen de Nederlands Gereformeerde Kerken vandaan. Of mensen al dan niet behouden waren, liet men aan God over, maar wel klonk er de sterke oproep om je bij de ‘ware kerk’ aan te sluiten. Je was ongehoorzaam als je dat niet deed. Samenwerken paste niet in dat ‘ware kerk’-denken en om dezelfde reden bezocht je geen andere kerken. Gelukkig is het ‘ware kerk’-denken vrijwel weg geërodeerd. Je vindt het in onze denominatie zo niet meer terug. In de officiële kerkelijke vergaderingen heeft die gedachte trouwens nooit voet aan de grond gekregen, maar in de praktijk hebben wij wel sterk geloofd dat wij de ware kerk waren. Nu kijk ik daar met enige gêne op terug.

We moeten allemaal oppassen voor eenzijdigheid. Als we niet bereid zijn dat onder ogen te zien, kunnen wij het slachtoffer worden van onze eigen eenzijdige accenten. De evangelische beweging legt bijvoorbeeld sterk het accent op de persoonlijke relatie met Jezus, maar loopt het gevaar hierdoor af te glijden naar een nogal individualistische manier van geloven. De gereformeerde traditie legt sterk het accent op het Woord van God en de zuiverheid van geloven en dreigt hierdoor te vervallen tot een nogal rationalistische manier van omgaan met geloof. De charismatische kerken leggen alle nadruk op de krachtige werking van de Geest, maar dreigen hierdoor te vervallen tot ervaringsgericht subjectivisme waarin alleen de overwinning aandacht krijgt en niet de zwakheid die er ook in ons geloof en leven is.

Het gaat er nu om dat we ontdekken dat alles begint bij Jezus Christus, de gekruisigde. Vervolgens kunnen de verschillende tradities leren van elkaar en van de eigen accenten die worden gezet. Bovendien zullen we elkaar kunnen helpen om bedacht te zijn op de gevaren die elk eigen accent met zich mee brengt.

De generatiewisseling gaat tegenwoordig supersnel. Globaal gesproken hebben de jongeren niets meer met het gereformeerd-zijn, terwijl de oudere generatie, daar nog helemaal mee verstrengeld is. Jongeren hebben volgens mij helemaal niet zoiets als een ‘Manifest van Eenheid’ nodig. Misschien vraagt een twintigjarige zich wellicht af wat we toch aan het doen zijn: een paar oude mannen zitten bij elkaar, stellen een manifest samen en daar komt vervolgens een bordje bij: ‘Wij kiezen voor eenheid’. Aan de andere kant is er een oudere generatie die het moeilijk zal vinden dat kerkgrenzen vervagen. Dat maakt het er niet gemakkelijker op om daadwerkelijk aan eenheid te werken en die eenheid ook te ervaren.

Ik merk dat er ook in de Kerk nog heel veel wat ik maar even noem God-talk te horen is en veel minder Jesus-talk. God-talk betekent dat je over God spreekt die de Schepper is en die voor je zorgt, en die er altijd voor je is. Dat is prima, maar Jesus-talk is spannender en confronterender en vraagt veel meer om een keuze: wil ik Hem echt met heel mijn leven volgen? Luther zei: ‘Ik ken geen andere God dan Christus!’ Dat wij God in Jezus hebben leren kennen is de kern van het christelijke geloof. Het gaat er om deze Christus als Heer in zijn volheid te aanbidden en elkaar daarin mee te nemen. Daar groeit de eenheid waar we samen zo hartstochtelijk naar op zoek zijn.