4698
 
christenen ondertekenden het manifest
 
 
 

‘Verlangen naar een spannende kerk’


Arenda Haasnoot (Vicevoorzitter Protestantse Kerk Nederland)

Het was fantastisch en gewaagd van Bas Plaisier om de pijn in de Pinksterkerken te benoemen en hier vergeving voor te vragen. Ook in onze eigen achterban zit veel pijn. Veel leden van de Pinksterkerken zijn immers uit de zogenaamde traditionele kerken gestapt omdat ze het daar niet konden vinden. In de evangelische kerk waar ik destijds deel van uitmaakte, zagen wij onszelf als ‘betere gelovigen’. Wij vonden dat er in de kerk minder voeding was, wij wisten precies hoe het zat en hadden een houding van: bij ons is het beter. Dat doet pijn bij mensen die de kerk trouw willen blijven.
Ook ik dacht dat zeventig procent van de mensen in de traditionele kerken Christus niet kenden, daar was ik heilig van overtuigd. Later ontdekte ik dat de evangelische gemeenten ook niet zo volmaakt waren, daarom kwam ik met hangende pootjes naar mijn eigen kerk terug. Omdat ik in eerste instantie vooral op de vorm was afgeknapt, probeer ik daar nu goed op te letten: hebben mensen moeite met de vorm of met de inhoud? Is de vorm waarin wij de boodschap overbrengen helder en aantrekkelijk?

In de jaren zeventig is het aan beide kanten misgegaan: er was sprake van exclusief denken bij zowel de traditionele kerken als de evangelische gemeenten. Mensen hadden opnieuw een verlangen naar een persoonlijke relatie met Christus en dat wilden ze vooral in vormen tot uiting laten komen. In veel kerken was geen ruimte voor dat vernieuwd verlangen naar een persoonlijke relatie met Christus en dat hebben veel gelovigen op een of andere manier gemist. De overheersende houding was: zo gaat het bij ons en niet anders, punt uit, met als gevolg dat veel kerkleden buiten de traditionele kerken op zoek gingen. Zij sloten zich aan bij de evangelische gemeenten en zij begonnen ook de traditionele kerken als minder te zien. Opnieuw gaf dat weer tegenreacties zoals ‘jullie weten het zo goed’ of ‘wij zijn dus in jullie ogen mindere gelovigen’. Het pijnpunt lag vooral in het oordeel over kerkmensen: of zij al dan niet een persoonlijke relatie met Christus hadden. Dit oordeel en deze negatieve en triomfalistische houding was tegen het zere been van veel traditionele kerkgangers.

Ik heb me later wel geschaamd voor de hoogmoed in evangelische kerken. Zo had ik bij mezelf al besloten dat mensen in de kerk Christus niet kenden, geen kinderen van God waren, maar daarmee ging ik op Gods troon zitten.

Wat Bas Plaisier zei, kwam wat mij betreft niet onverwacht, maar hij had het nog nooit zo openlijk uitgesproken. Ik was er persoonlijk ook erg door geraakt, want ik voelde de pijn van de mensen die uit traditionele kerken stapten en betreurde de redenen.
Het was wel gewaagd naar de achterban toe. Daarom vond ik de reactie van Peter Sleebos van de VPE op de synode zo indrukwekkend. Hij vroeg vergeving voor de exclusieve en triomfantelijke houding van de Pinksterbeweging naar de andere kerken toe. Dit werd goed ontvangen.
Van beide kanten zien we nu dat er een duidelijke toenadering op gang is gekomen, die gepaard gaat met een verlangen naar eenheid. We willen steeds meer gezamenlijk optrekken als broeders en zusters in Christus. Je ziet als het ware een golfbeweging: eerst gingen we uit elkaar en nu zoeken we weer toenadering.

Mensen buiten de Kerk zien haar als een oubollig instituut. Het moet tegenwoordig spannend zijn. In mijn tienertijd – ik praat alleen voor mezelf - bezocht ik een evangelische gemeente omdat ik mij verveelde in de kerk waar ik deel van uitmaakte. Toen ben ik gaan zoeken en heb ik andere vormen van geloofsbeleving in andere gemeenten gezien. Ik merkte dat er veel variatie in vorm mogelijk is. In de evangeliegemeente waar ik terecht kwam, was moderne muziek en hoorde ik een praktisch toegepaste boodschap. Daar wist je waar je aan toe was. Dat kan simplistisch overkomen voor ouderen die al meer hebben meegemaakt in hun geloof, maar ik had die vorm in deze leeftijdsfase hard nodig. Ik ging niet voor niets op zoek. Daarom denk ik nu aan de jongeren die nog bij ons in de kerk zijn. We moeten niet dezelfde fouten maken in onze omgang met hun vragen en zoektocht. Uiteraard is het altijd beter dat ze in een andere kerk gaan zitten dan dat ze hun geloof helemaal afzweren, maar het is een tekort van onze kant als de PKN geen plek biedt voor jong en oud. Daarom zijn we blij met het Evangelisch Werkverband, want dat is een evangelicale beweging binnen de kerk, die helpt te zoeken naar geloofsvernieuwing en aansprekende vormen van geloofsbeleving.