4702
 
christenen ondertekenden het manifest
 
 
 

De mantel van eenheid


Wilkin van de Kamp

‘Dit is de geschiedenis van Jakob en zijn nakomelingen. Jozef, die inmiddels zeventien jaar was, weidde gewoonlijk samen met zijn broers de schapen en geiten; hij hielp de zonen van zijn vaders vrouwen Bilha en Zilpa, en alle praatjes die over zijn broers de ronde deden vertelde hij aan hun vader door. Omdat Israël al oud was toen Jozef werd geboren, hield hij meer van Jozef dan van zijn andere zonen, en hij had een prachtig bovenkleed voor hem laten maken in allerlei kleuren’ (Genesis 37:2-3).

Een verhaal is niet altijd wat het lijkt, met name als het om een verhaal uit de Bijbel gaat. In kinderbijbels wordt vooral benadrukt hoe de oude vader Jakob zijn jongste zoon Jozef een voorkeursbehandeling geeft. Jakob houdt meer van Jozef dan van alle andere zonen, daarom heeft hij een extra mooie, veelkleurige mantel voor zijn lievelingszoon laten maken. Uiteraard is dat niet eerlijk en worden de broers jaloers op Jozef. Ze kunnen hem niet uitstaan. Als Jozef dan ook nog eens dromen gaat dromen, waarin de hele familie voor hem neerbuigt, kunnen ze Jozef wel vermoorden. De uitleg van dit Bijbelverhaal gaat in de regel niet veel verder dan dat een vader een kind niet mag voortrekken, omdat je dan scheve gezichten en verdeeldheid in het gezin krijgt.

Wie de Bijbel nauwkeurig leest, ontdekt dat Jakob de veelkleurige mantel zelf heeft gemaakt. Dat is een opmerkelijk gegeven. Waarom trekt Jakob er zoveel tijd voor uit om deze mantel te maken? Waarom is deze mantel ogenschijnlijk zo belangrijk voor Jakob?
In de Bijbel staat een mantel gelijk aan een roeping, met goddelijk gezag en autoriteit. Zo wierp Elia - zonder een woord te zeggen - Elisa zijn profetenmantel toe, als teken dat God Elisa geroepen had om de profeet Elia op te volgen. Met deze kennis krijgt de mantel van Jozef een ander gewicht dan de NBG-vertalers er aan hebben gegeven, toen ze de veelkleurige mantel vertaalden als een pronkgewaad.

Genesis 37 start met de woorden: ‘Dit is de geschiedenis van Jakob en zijn nakomelingen.’ Met dit hoofdstuk start een nieuwe episode in het leven van de aartsvader. In de voorafgaande hoofdstukken lezen we hoe Jakob geworsteld heeft om de hem beloofde zegen van Abraham en Isaak te verkrijgen. Vanaf hoofdstuk 37 gaat het er om dat de roeping met de bijbehorende zegen van Abraham wordt doorgegeven aan een nieuwe generatie. Daarom maakt Jakob een profetische mantel, die niets van doen heeft met een voorkeursbehandeling. De mantel symboliseert de roeping van Abraham om een zegen voor de volkeren te zijn, om hen terug te brengen naar het hart van de Vader.

Het maken van de mantel zal Jakob veel tijd hebben gekost. Hij moest op zoek gaan naar de juiste materialen en de juiste kleuren, die de veelkleurige verscheidenheid van de volken symboliseren: het witte linnen uit Afrika, blauwe zijde uit China, bruine kasjmir uit Azië. Ik stel me voor hoe Jakob biddend aan de slag is gegaan om de roeping van Abraham in deze veelkleurige mantel tot uitdrukking te laten komen. Waarbij voortdurend de vraag in zijn hart zal zijn opgekomen: ‘God van Abraham, op wiens schouders moet ik deze mantel leggen?’

Het ligt voor de hand dat Ruben, de eerstgeborene, door God was uitverkoren. De Bijbel vertelt ons echter dat Ruben gemeenschap had met één van zijn vaders bijvrouwen om zo zijn rechten als eerstgeborene te laten gelden en daarmee een signaal af te geven dat hij de leiding van de familieclan op zich wilde nemen. Op zijn sterfbed herinnert Jakob Ruben aan deze bloedschande, een eerstgeborene onwaardig: ‘Ruben, mijn oudste zoon ben jij, de eerste vrucht van mijn manlijke kracht, in fierheid en macht de voornaamste. Onstuimig ben jij als het water – nee, jij zult niet de voornaamste zijn, want jij hebt je vaders bed beslapen, je vaders legerstee ontwijd. Hij heeft mijn bed beslapen’ (Genesis 49:3-4)!

Uit het Bijbelverhaal blijkt dat Jakob begrepen heeft dat niet Ruben, maar de zeventienjarige Jozef – de eerstgeborene van Jakobs geliefde vrouw Rachel – door God is geroepen om de veelkleurige mantel te dragen. Zoals God destijds Isaak riep en niet Ismaël, Jakob en niet Esau, om een kanaal van zijn openbaring te zijn, zo roept God Jozef en niet Ruben om de zegen van het verbond met Abraham door te geven aan de volgende generatie. De roeping van Abraham ligt op Jozefs schouders.

Als God iemand roept, belooft Hij hem op bovennatuurlijke wijze voor deze taak te bekwamen. Elisa was zo vrijmoedig om Elia bij ‘de overdracht’ een dubbele zalving van Gods Geest te vragen (2 Koningen 2:9). Als Elia in een stormwind ten hemel vaart, scheurt Elisa zijn kleren in tweeën en raapt hij de mantel op, die van Elia is afgevallen. Hij slaat met de mantel op het water en roept uit: ‘Heer, God van Elia, waar bent U?’ waarna op bovennatuurlijke wijze een pad door de Jordaan ontstaat, en Elisa kan oversteken.

Iets dergelijks zien we gebeuren bij Jozef. Net als Elisa ontvangt hij met de mantel een zalving van God op zijn leven. Op een nacht heeft Jozef een droom, waarin God hem iets over de toekomst laat zien. Helaas houdt Jozef deze openbaring niet wijselijk voor zich, maar vertelt hij zijn broers prompt wat hij gedroomd heeft: ‘Moeten jullie eens horen wat ik heb gedroomd. We waren op het land schoven aan het binden, en toen kwam mijn schoof overeind en bleef rechtop staan. En jullie schoven gingen om die van mij heen staan en bogen daarvoor.’ Zijn broers reageren smalend: ‘Dacht je soms koning over ons te worden? Wil je over ons heersen?’ Ze krijgen een steeds grotere hekel aan Jozef om wat hij droomt en om wat hij over hen vertelt. Als God Jozef opnieuw een droom geeft, heeft Jozef schijnbaar niets geleerd. ‘Ik heb alweer een droom gehad,’ zegt hij trots tegen zijn broers. ‘Nu bogen de zon, de maan en elf sterren zich voor mij neer.’ Als Jakob van deze droom hoort, wijst hij Jozef scherp terecht: ‘Wat is dat voor een droom! Je denkt toch niet dat wij, je moeder, je broers en ik, ons voor je komen neerbuigen?’ Zijn broers kunnen Jozef wel vermoorden, toch blijft Jakob nadenken over wat deze dromen betekenen.

Jozef gaat niet erg wijs om met wat God hem heeft laten zien. Zijn broers ergeren zich aan hem. Jozef is trots om hetgeen God hem heeft geopenbaard. Het is de vraag of de zeventienjarige Jozef er klaar voor is om de veelkleurige profetische mantel te dragen. Hij leeft niet bepaald met zijn broers in harmonie, zijn gedrag veroorzaakt jaloersheid en verdeeldheid. Ze spreken slecht van elkaar – ook Jozef doet hier aan mee! – en kunnen elkaar niet verdragen. Zo kan God Jozef niet gebruiken. Gods opleidingsschool gaat van start: Jozef wordt verraden, de veelkleurige mantel wordt van hem afgenomen, hij wordt verkocht, vals beschuldigd en in de gevangenis gegooid. In de komende dertien jaar zal het karakter van Jozef net zo lang worden geslepen, totdat God hem kan gebruiken voor zijn doel.

Gods liefde voor Nederland
Toen God de geschiedenis met Abraham, Jakob, Isaak en Jozef begon, klonk reeds het Evangelie. Dat zat er in het Oude Testament al helemaal in, de blijde boodschap van Gods belofte van zegen voor alle volken: ‘En de Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen uit geloof rechtvaardigt, heeft tevoren aan Abraham het Evangelie verkondigd: In u zullen alle volken gezegend worden. Zij, die uit het geloof zijn, worden dus gezegend tezamen met de gelovige Abraham’ (Galaten 3:8-9, NBG). Door te geloven in Jezus Christus als onze redder en verlosser zijn wij kinderen van Abraham geworden en is de roeping en de zegen van Abraham ook op ons gekomen om tot zegen te zijn voor de volkeren. Is dat niet geweldig?

Een belangrijke les die de Kerk kan leren uit het verhaal van Jozef en zijn broers is dat we alleen tot zegen kunnen zijn voor de volkeren als we stoppen verdeeld te zijn. Alleen als wij ervoor kiezen om de mantel van eenheid te dragen, zal de veelkleurige verscheidenheid in het Lichaam van Christus zichtbaar worden en zal het Evangelie, dat God al aan Abraham verkondigde, tot zegen zijn voor de volkeren.

Daarom bad Jezus vlak voor zijn sterven: ‘Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in mij bent en ik in U, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de grootheid die U mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: Ik in hen en U in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat U mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U mij liefhad’ (Johannes 17:20-23).

Door het wonder van het kruis vernietigde God alle muren die scheiding maakten tussen Jood en Griek: ‘Want Hijzelf is onze vrede. Hij heeft u en ons tot één volk gemaakt door de muur van vijandschap, die tussen ons in stond, af te breken. Door voor ons te sterven, heeft Christus afgerekend met de Joodse wet, die de oorzaak van de scheiding was. Hij bracht de twee tegenstanders bij elkaar door hen tot een deel van zichzelf te maken. Hij smeedde de twee (Jood en niet-Jood) samen tot één persoon en toen was er vrede. Nu wij tot hetzelfde lichaam behoren, is de wederzijdse haat verdwenen, want wij zijn allebei met God verzoend. Door het kruis is er een einde aan de tegenstelling gekomen’ (Efeziërs 2:14-16, Het Boek).

In Jezus Christus heeft God ons tot één nieuwe mens geschapen. Door Jezus te volgen en te verkondigen als redder en verlosser van de wereld, vormen wij samen het ene Lichaam van Christus, uitverkozen om de mantel van eenheid te dragen en geroepen om de grote opdracht te vervullen: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen’ (Matteüs 28:19). God wil dat wij de mantel van eenheid dragen en ons uiterste best doen om de eenheid in Christus te bewaren door in vrede samen te leven (Efeziërs 4:3). Alleen dan zal de wereld ons getuigenis aannemen dat God Jezus heeft gezonden als redder en verlosser van de wereld.

In het verleden heeft de Kerk hier niet veel van gebakken. We hebben ons onderling net zo arrogant en exclusief gedragen als Jozef en zijn broers. Misschien meenden we zelfs dat God dit van ons vroeg. Hierdoor hebben we elkaar pijn gedaan en het Koninkrijk van God grote schade toegebracht. Voor we de mantel van eenheid op onze schouders nemen, dienen we ons te bekeren van elke vorm van exclusiviteitsdenken.

De apostel Johannes ging gebukt onder exclusiviteitsdenken. Op een dag zei hij tegen Jezus: ‘Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten omdat hij zich niet bij ons wilde aansluiten. Jezus zei: Belet het hem niet. Want iemand die een wonder verricht in mijn naam kan onmogelijk het volgende moment kwaad van mij spreken. Wie niet tegen ons is, is voor ons’ (Marcus 9:38). In het verleden draaiden wij deze woorden vaak om: ‘Wie niet voor ons is, is tegen ons.’

Johannes was hardleers. Toen een dorp in Samaria Jezus niet wilde ontvangen, stelde hij Jezus voor om vuur uit de hemel af te roepen dat hen zou vernietigen. Maar Jezus draaide zich naar Johannes om en zei: ‘U weet niet wat voor geest u bezielt. Want de Mensenzoon is niet gekomen om de zielen van de mensen in het verderf te storten, maar om ze te redden’ (Lucas 9:55, PC)! Johannes dacht in tegenstellingen: ‘zij’ tegenover ‘wij’. Jezus doorbrak het exclusiviteitsdenken van Johannes. Hij denkt niet exclusief maar inclusief.

Exclusiviteitsdenken heeft het Lichaam van Christus en het uitvoeren van de Grote Opdracht grotere schade toegebracht dan welke andere zonde ook. Het ‘ware kerk denken’ heeft zich op allerlei wijzen in onze kerken gemanifesteerd en heeft tot scheuringen en splitsingen geleid. Ook ik heb me in het verleden schuldig gemaakt aan een denken in tegenstellingen. Deze manier van denken, spreken en handelen is veroordelend, afwijzend, bedreigend, verdeeldheid zaaiend, scheuring makend en leidt tot trots en hoogmoed. De vijand heeft onenigheid, tweedracht, partijschappen en machtsstrijd gebruikt om mensen weg te drijven van God en de Kerk. Iemand heeft eens gezegd dat het leger van God het enige leger lijkt te zijn dat meer op elkaar schiet dan op de vijand. Laten we ons bewust worden dat alleen Jezus, de Man zonder zonde, exclusief was en is. Hij alleen kan zeggen: ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij!’ Het is onze opdracht deze exclusieve Jezus te prediken in de geest van genade.

Eenheid is geen uniformiteit. Er is een terdege verschil tussen eenheid en uniformiteit. Uniformiteit betekent dat iedereen er hetzelfde uitziet en op dezelfde manier handelt. Een Kerk die uniformiteit predikt, is niet ver van sektarisme. Wij praten niet over uniformiteit, maar over een gezonde verscheidenheid in onze eenheid. Een eenheid waarbinnen we kunnen verschillen van inzicht, exegese, beleving en elkaar toch onvoorwaardelijk liefhebben, waarderen en zegenen.

Ware eenheid is dat we als kerken in harmonie samenwerken. Van de muziekwereld kunnen we leren dat harmonie niet hetzelfde is als gelijkluidend. In het Lichaam van Christus zingen we niet allemaal dezelfde noot, maar we zingen wel met z’n allen hetzelfde lied! Kiezen voor eenheid betekent dat we elkaar het recht geven ons eigen deel te zingen en onze eigen noot te laten klinken, terwijl we ervoor zorgen in harmonie te zijn met de visie van het Lichaam. We lezen dezelfde notenbalk op dezelfde bladzijde van Gods bladmuziek.

De mantel van eenheid is te lang gerafeld geweest. Onze veelkleurigheid in inzichten, exegese en beleving is juist nodig! Zouden we één draad lostrekken uit zijn bestemde plaats, dan zal de mantel van eenheid gaan rafelen en zullen we Gods overvloedige zegen mislopen. Psalm 133 zegt immers dat God zijn zegen daar gebiedt, waar wij ervoor kiezen om in eendracht en in vrede samen te leven. Als we besluiten in Christus de mantel van eenheid te dragen zal God zijn zegen in ons midden gebieden om alle barrières omver te halen, zodat wij Gods liefde uit kunnen dragen op al die plaatsen waar God ons gesteld heeft. Dan beginnen er machtige dingen van God te gebeuren! We hebben nog niet gezien wat God kan doen met een Kerk die kiest voor eenheid!

Eenheid komt niet vanzelf. We hebben een geest van verzoening nodig om ons op het punt van eenheid te brengen. God zij dank waait de Geest van genade door ons land en bekeren velen zich van exclusiviteitsdenken, waardoor God opnieuw zijn liefde en kracht door ons heen kan laten werken. We zijn met vele kerken, maar vormen samen één Lichaam! Eenheid die tot uitdrukking komt in diversiteit en niet in uniformiteit, dat is de veelkleurige wijsheid van God. Eenheid die voortkomt uit goddelijke gemeenschap en hartsverbondenheid. Waar de liefde van Christus ons samenbindt, gebiedt God zijn zegen. Als Nederland gaat zien dat wij elkaar onvoorwaardelijk liefhebben en elkaar terzijde staan wat er ook gebeurt, dan zullen we, gezien de woorden van Jezus, duizenden nieuwe kerken moeten bouwen om alle nieuwkomers te huisvesten.

In Filippenzen2:1-7 reikt Paulus ons vijf sleutels aan, die ons helpen de eenheid te bewaren en waardoor we verdeeldheid zullen uitdrijven: ‘Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden (1) maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezindheid te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. (2) Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, (3) maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. (4) Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. (5) Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.’

Eenheid moet in ons hart gedragen worden, voor zij geboren kan worden in onze daden. Zijn wij bereid om de mantel van eenheid te dragen? De kleurrijke mantel van eenheid zal Gods liefde voor Nederland zichtbaar doen worden en zal Nederland laten zien dat Jezus door de Vader is gezonden als redder van ons land.