4698
 
christenen ondertekenden het manifest
 
 
 

De geest van eenheid


Biddend onderweg met Johannes 17

Robbert Jan Perk

Enige tijd geleden had ik het voorrecht om op een Bijbelschool in Zweden een ochtend les te mogen geven over Johannes 17. Het laatste uur van de ochtend gaf ik de jonge mannen en vrouwen een keuzeopdracht mee om met dit hartsgebed van onze Heer verder op weg te komen. Ze konden kiezen uit het maken van een dans, een nieuw lied, of een ruimtelijke voorstelling van dit gebed. Wat gingen ze gepassioneerd aan de slag! Na ruim drie kwartier waren ze klaar met hun opdracht. De bouwers hadden de kerkzaal klaargemaakt als ruimte om binnen te stappen in het geheim van de gemeenschap met de Vader en de Zoon. Drie danseressen hadden een wervelende dans ontworpen waarin ze elkaar en ons meenamen naar grote hoogte. De muzikanten brachten met nieuwe woorden ons hart in aanbidding voor de Zoon en de Vader. Nog lang bleven we met elkaar in de stilte van de kerkzaal. Johannes 17 was werkelijk levend geworden, alsof we Jezus zelf hoorden bidden.

Deel krijgen aan Gods beweging
Bidden is ten diepste deel hebben aan de innerlijke bewegingen van de Zoon en de Vader, door de gemeenschap met de Heilige Geest. Wij worden erin meegenomen, zoals een balletmeester zijn leerlingen stap voor stap leert dansen. Door dit volgen worden we een ander mens, want van nature zijn we niet zulke gracieuze partners van God. De eerste stapjes kunnen we niet overslaan, want dan missen we de helft. In de vroegchristelijke kerk gebruikte men hiervoor de omschrijving perichoresis (letterlijk: ‘in een kring rondgezwierd worden’) om aan te duiden, dat de gelovigen deel kregen aan het leven dat in de Vader en de Zoon is. Dit begrip heeft raakvlakken met de wereld van de dans, waarin de rondgang een centrale rol heeft, zoals bijvoorbeeld in een volkdans.

Johannes 17 is bij uitstek een gebed dat ons uitnodigt om deel te gaan krijgen aan Gods innerlijke bewegingen. Het vraagt om een eigen beoefende gebedspraktijk, het zoekt naar wegen om ons erin te trekken. Johannes de Evangelist laat ons geen andere keus; hier klopt het hart van zijn boezemvriend. Deels met heilig ontzag, maar ook met diepe verwondering, staan we als volgelingen van Jezus in de kring van intimi, die Hem met zijn Vader horen spreken. Zo hebben we nog nooit iemand horen bidden. Nooit hebben we iemand meer in het hart gekeken dan hier. Het is het omvangrijkste gebed dat we ooit van Hem hebben meegekregen. In dit gebed proeven we iets van de wijze waarop Jezus zijn hemelse dienst als voorbidder bij de Vader verricht om voor ons te bidden en te pleiten. Hier vinden we het hart van de zaak waar Jezus zich naar heeft uitgestrekt, waar Hij voor gestorven is en waar het Hem en zijn Vader om te doen is.

De volstrekt unieke omgang tussen Vader en Zoon
Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt. Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond’ (Johannes 17:1-5).

Bidden vindt zijn oorsprong in God zelf. Toen de discipelen Jezus zagen bidden, vroegen zij Hem: ‘Leer ons bidden.’ De Vader die het eerste Woord sprak, is de bron van alle communicatie (Genesis 1). De Zoon die het vleesgeworden Woord is, is het toonbeeld van hoe je dan spreekt (Johannes 1). Wij leren bidden door Hen samen te zien in hun omgang met elkaar. Volstrekt uniek. Uit de gemeenschap van de Vader en de Zoon komt het leven te voorschijn.
De Vader is het focuspunt van Johannes 17, net als in het onze Vader uit Matteüs 6 . De missie van de Zoon bestaat maar uit één passie: de verheerlijking van de Vader. Jezus weet dan ook ten diepste dat het bij zijn verhoging aan het kruis om de glorie van zijn Vader gaat. Het gaat niet om bevestiging, maar om verheerlijking van elkaar en in elkaar. Dat is de passie van de Zoon en dat is de passie van de Vader.

Bidden begint niet bij ons. Wij krijgen deel aan het omgaan met God, doordat Jezus ons daarin laat delen. We mogen zijn woorden horen, naspreken en teruggeven. Hij betrekt ons bij die volstrekt unieke gemeenschap, de Geest van volkomen eenheid, zonder dat het inbreuk doet op de eigen onderlinge omgang als Vader en Zoon. De Zoon bidt in ons tot de Vader, de Vader hoort in ons zijn Zoon. Ons verkeren bij God bestaat bij de gratie van de gemeenschap die in Hen bestaat en waar zij ons deel aan laten hebben.

Het struikelblok in het gebedsleven van velen is dat we het gebed zijn gaan beschouwen als een religieuze verplichting, als iets wat wij er ook nog bij moeten doen omdat het bij het zogenaamde basispakket van de goede christen hoort. Dat we binnengebracht worden in het krachtenveld van de Vader en de Zoon is een dimensie van het gebed die velen van ons niet kennen of beseffen. Wij hebben veel last van verscholen heidendom: wij denken God een dienst te bewijzen door tot Hem te spreken, terwijl Hij niets liever wil dat we naar Hem luisteren en dan pas spreken. Het unieke begin van Johannes 17 bepaalt mij als bidder voortdurend bij dit uitgangspunt. De Zoon heeft het eerste en het laatste woord bij de Vader. In Christus mag ik Hem navolgen en naspreken. Ik sta achter Hem, ik bid in en met Hem: ‘Vader verheerlijk uw Naam.’ Bidden maakt in deze zin een ander mens van je. Het is je plaats weten tegenover de Vader en de Zoon. Wat zouden wij nog meer kunnen wensen?

Voor veel mensen is het gebed een individuele bezigheid, en het is voor hen zoiets persoonlijks dat ze daar nooit met iemand over kunnen of willen communiceren. Wie het begin van Johannes 17 in zijn hart aanvaardt, doet een verbazingwekkende ontdekking: bidden doe je niet in je eentje, daar houd je op den duur zelfs mee op. Nee, bidden is een kostbaar samenspel, en wij worden uitgenodigd om daaraan deel te nemen. Daar leren we het geheim van werkelijke samenspraak. Daar delen we ten diepste ons samenzijn en ontstaat de diepste verbondenheid. De Zoon brengt ons in gemeenschap met zijn Vader en de Vader laat ons delen in de vreugde van de Zoon. Dat is om werkelijk stil van te worden. Bidden begint ermee dat wij worden binnengebracht in gemeenschap van de Vader en Zoon. Waar dat ontbreekt, zal gebedsleven verdorren en verworden tot een nietszeggende geloofsbezigheid.

De volstrekt unieke voorbededienst van de Zoon
‘Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt. Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden. Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn – alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar u toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn. Zolang ik bij hen was heb ik hen door uw naam, die u mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt: geen van hen is verloren gegaan behalve hij die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling ging. Nu kom ik naar u toe, en ik zeg dit terwijl ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde. Ik heb hun uw woord gegeven. De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook ik niet bij de wereld hoor. Ik vraag niet of u hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of u hen wilt beschermen tegen de duivel. Ze horen niet bij de wereld, zoals ik niet bij de wereld hoor. Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid. Ik zend hen naar de wereld, zoals u mij naar de wereld hebt gezonden. Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn’ (Johannes 17:6-19).

In Johannes 17 word ik telkens weer aangesproken door de hartstochtelijkheid waarmee de Zoon zijn dienst van voorbede verricht, als de diepste dragende grond van ons bestaan. Hier zien we de Hogepriester in vol ornaat, die voortdurend voor ons bidt en pleit. Hij weet waar het in de komende tijd op aan komt, hoe de machten en de krachten los zullen barsten, hoe de boze zal rondgaan als een briesende leeuw, hoe de haat van de wereld zal toenemen, hoe geloofsverbondenheid onder vuur zal komen te liggen en de liefde zal verkillen. Hier bestaat maar één wapen tegen: de dienst van de voorbede in de Geest van eenheid, zoals de Vader en de Zoon een zijn.

In het Oude Testament vinden we een boeiende parallel in Exodus 17, als Israël tegen Amalek moet vechten. Wij lezen daar dat de Heer overwinning geeft, doordat Mozes onafgebroken van zonsopgang tot zonsondergang zijn staf omhoog heft tot de Here God. Zo staat onze Heiland met zijn volbrachte werk van Golgotha voor de Vader om te pleiten voor de overwinning.

De dienst van de voorbede is hét geheime wapen van het geloof. De wereld heeft er geen oog voor, de Kerk heeft er vaak moeite mee - de gelovigen worstelen ermee. De dienst van voorbede komt voort uit de gemeenschap van de Vader en Zoon, die hierin hun verbondenheid uitdrukken. Zij verlangen ernaar dat die verbondenheid ook gestalte krijgt in degenen die in Hen geloven. Meer nog zelfs, Zij willen dat die verbondenheid de grond van hun gemeenschap vormt. De gemeenschap van de Vader en de Zoon wordt door de Heilige Geest bewerkstelligt in het midden van Gods kinderen. Bidden verbindt ten diepste de gelovigen aan de Vader en de Zoon.

In de afgelopen jaren is het mij opgevallen dat in de gebedsbeweging Johannes 17 steeds meer is gaan leven als de kern waar het allemaal omdraait. In diverse retraites en samenkomsten klonk het als een refrein, alsof de Heilige Geest ons wil overtuigen dat dit op Gods hart ligt en dat we daarbij aan hebben te sluiten. Komend uit een geschiedenis met veel kerkelijke verdeeldheid en verscheurdheid is het uitermate boeiend en hartverwarmend om te ervaren dat we zo weer aan elkaar gegeven en verbonden worden. Wij maken inderdaad samen deel uit van het ene huisgezin van God.

De volstrekt unieke voortzetting van de volkomen eenheid in Jezus’ volgelingen
‘Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad’ (Johannes 17:20-23).

Corrie Ten Booms befaamde uitspraak ‘God heeft geen kleinkinderen’ heeft velen aan het nadenken gezet. We hebben immers geen via-via relatie met de Vader en de Zoon. In deze verzen van het hogepriesterlijk gebed ontdekken we wat daar de kracht en het geheim van is. Het is de Heiland zelf die hiervoor heeft gebeden en gestreden. Hij maakt het mogelijk dat de christenen uit de eerste eeuw en dat de christenen uit de eenentwintigste eeuw deel hebben aan dezelfde direkte geloofsgemeenschap. De verbondenheid van Vader en de Zoon staat daar garant voor.

Ons denken over eenheid is vaak niet Bijbels geënt. Wij denken bij eenheid vaak aan een gezamenlijk gefundeerd programma van gedeelde uitgangspunten en inzichten, het liefst vastgelegd op papier, dat na lang spreken en vergaderen tot stand is gebracht. Door het onderschrijven van een dergelijke verklaring treden we dan toe tot de groep die dat statement als fundament heeft.

Wie Johannes 17 werkelijk ter harte neemt, ontdekt dat de eenheid tussen de Vader en de Zoon geënt is in de relatie die zij met elkaar hebben. Op een zelfde manier bidt Jezus dat wij als gelovigen eenzelfde hartsrelatie zullen kennen met elkaar, die Hij met de Vader heeft. En  dat zij, die door het getuigenis van de apostelen tot geloof komen, deze zelfde eenheid in verbondenheid zullen ervaren. Het Evangelie is geen partijpolitiek programma, waar je wat voor voelt, waarover je kunt discussiëren en redetwisten. Het Evangelie is een persoonlijke uitnodiging om deel te hebben aan God de Vader en God de Zoon, zodat wij deel gaan uitmaken van hun gemeenschap.

Toen ik een jaar of wat geleden op vakantie in een Franse kerk terechtkwam, ontdekte ik dat op de preekstoel een bijzondere afbeelding van het gezicht van Jezus was afgebeeld, bestaande uit vele kleine pasfotootjes van allemaal verschillende mensen uit verschillende culturen. Samen vormden zij Jezus’ gezicht. Pas als je dichterbij kwam, zag je hoe deze pasfotootjes er afzonderlijk uitzagen. Dat trof me. Waar wij in eenheid en liefde met Hem en met elkaar verbonden zijn, wordt het gezicht van Jezus zichtbaar. Niemand kan dat voor zichzelf claimen, als dat wel gebeurt gaat er veel kapot. Waar de een de ander uitnemender acht dan zichzelf, zullen we iets zien opbloeien van dit geheimenis uit Johannes 17.

In de afgelopen jaren hebben we wat dat betreft veel bemoedigingen in Nederland mogen ervaren: wij zijn als kerken en geloofsgemeenschappen tot elkaar genaderd, kerkleiders hebben openlijk naar elkaar uitgesproken dat ze elkaar herkennen in Christus, blokkades uit het verleden zijn beleden en vergeven, waardoor de verbondenheid in Christus steeds meer gestalte krijgt.

Voor velen ligt de spits van het verstaan van Johannes 17 in deze missionaire conclusie. Waar  de gemeente als Christus’ Lichaam haar verbondenheid in de Vader en Zoon uitleeft, daar zal de wereld haar geloofsverblinding verliezen en zich gewonnen geven aan de Bijbelse boodschap.  Dan kan de wereld er niet meer onderuit dat het Evangelie waar en krachtig is, dan zal alle knie zich buigen en elke tong belijden dat Jezus Heer is (Filippenzen 2:9).

De wereld kan er niet meer omheen dat de Vader de Zoon heeft gezonden als zij naar de bruid van Christus kijkt en ziet hoe zij de Vader en de Zoon weerspiegelt. De glorie van haar wezen zal haar uitwerking niet missen. De geschonken en doorleefde eenheid als christenen is Gods bijzondere instrument om de wereld te bereiken. Dan is dat niet onze prestatie, maar Gods werk en Gods vrucht. Wie daaraan voorbij gaat, vervalt tot activisme in eenheidsstreven dat slechts een doodlopende weg is.

Het volstrekte unieke doel van Johannes 17
‘Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd. Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij hebt gezonden. Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen’ (Johannes 17:23-26).

Bidden begint bij God en eindigt bij God. Niet als religieuze plichtpleging, maar als een levende werkelijkheid. Christus heeft maar één verlangen: dat zijn leerlingen bij Hem zullen zijn en Hem zullen zien in zijn volle heerlijkheid, zoals Hij die van de Vader heeft ontvangen voor de grondlegging der wereld. Dan is het goed, dan is liefdesgemeenschap volkomen, dan zullen we zonder bedekking zijn aangezicht zien en weerspiegelen, dan is het grote bruiloftsfeest aangebroken. Als zijn kinderen zullen we daar vol van zijn. We zullen een volkomen omgang met Hem hebben, zoals het van het begin af aan bedoeld was tot in eeuwigheid.

Bidden in de Geest van eenheid brengt deze beweging in ons hart op gang. Het wakkert het verlangen naar die omhelzing aan. Het brengt het geloof en hoop in ons te voorschijn, dat we op die manier aan zijn toekomst deel zullen hebben. Zijn we als Kerk van Nederland daar klaar voor? Willen we bekend staan als gepassioneerde minnaars van Jezus? Als mannen en vrouwen die samen op weg zijn, die niet meer voor zichzelf leven, maar voor Hem die de weg, de waarheid en het leven is?

Johannes 17 brengt de omgang met God in onze binnenkamer op gang, zodat wij als bidders worden opgenomen in de wonderlijke gemeenschap van de Vader en de Zoon. Tegelijkertijd worden wij meer dan ooit verbonden aan al die broeders en zusters die Hij zich verworven heeft. Bouwers, dansers en muzikanten, die - elk op eigen wijze - gegrepen zijn door Jezus Christus.