4702
 
christenen ondertekenden het manifest
 
 
 

Geroepen om de Ene Kerk te zijn


Een uitnodiging aan de kerken om hun inzet voor het streven naar eenheid te hernieuwen en hun dialoog te verdiepen

Assemblees van de Wereldraad van Kerken hebben teksten aangenomen die een visie bieden op “de eenheid die wij zoeken”of de kenmerken daarvan vaststellen.  In lijn met deze teksten heeft de Negende Assemblee van de Wereldraad van Kerken in Porto Alegre deze tekst aangenomen, die de kerken uitnodigt hun gezamenlijke zoektocht voort te zetten als een verdere stap naar volledige  zichtbare eenheid.
Het doel van deze uitnodiging aan de Kerken is tweeledig: (a) om weer te geven  wat de kerken op dit punt van hun oecumenische zoektocht samen kunnen zeggen over enkele belangrijke aspecten van de Kerk; en (b) om de kerken uit te nodigen tot een hernieuwd gesprek – elkaar bemoedigend, maar toch open en zoekend – over de aard  en de mate van hun solidariteit en gemeenschap en over de zaken die hen nog steeds verdelen.

I

1. Wij, de afgevaardigden naar de Negende Assemblee van de Wereldraad van Kerken, brengen dank aan de Drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, die onze kerken in levendige omgang en dialoog met elkaar heeft gebracht. Door de genade van God zijn wij in staat geweest bij elkaar te blijven ook al was dit niet altijd gemakkelijk. Er is veel moeite gedaan om de scheuringen  te boven te komen. Wij zijn “een gemeenschap van kerken, die de Heer Jezus Christus belijden als God en Heiland volgens de Schriften en die daarom willen beantwoorden aan hun gezamenlijke roeping,  tot eer van de ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest”.  Wij bevestigen opnieuw dat “het eerste doel van de gemeenschap van kerken in de Wereldraad van Kerken is
- om elkaar op te roepen tot zichtbare eenheid in één geloof en in één eucharistische gemeenschap die tot uitdrukking komt in de eredienst en in het gemeenschappelijk leven in Christus,  door getuigenis en dienst in de wereld, en  
- om vorderingen te maken in de richting van die eenheid opdat de wereld gelooft”.  Onze voortdurende scheuringen  zijn echte wonden in  het lichaam van Christus, en  Gods missie in de wereld lijdt daar onder.

2. Kerken in de gemeenschap van de Wereldraad van Kerken blijven op elkaar betrokken op de weg naar volledige zichtbare eenheid. Deze betrokkenheid is een gave van onze genadige Heer. Eenheid is zowel een gave als een roeping van God. Onze kerken hebben altijd gezegd dat de eenheid waarvoor we bidden, waarop we hopen en waarvoor we werken “een koinonia [is] die gegeven is en tot uitdrukking komt in de gemeenschappelijke belijdenis van het apostolisch geloof, een gemeenschappelijk sacramenteel leven waarin we binnengaan door één doop en dat we samen vieren in één eucharistische gemeenschap, een gemeenschappelijk leven waarin leden en ambtsdragers onderling  erkend worden en met elkaar verzoend zijn, en een gemeenschappelijke zending waarin we  getuigen van het Evangelie van Gods genade voor alle mensen en waarin we heel de schepping dienen”.  Zo’n koinonia moet tot uitdrukking worden gebracht op plaatselijk niveau als ook door een conciliaire band van verschillende plaatselijke kerken. Er staat ons nog veel te doen als we samen proberen de betekenis te begrijpen van eenheid en katholiciteit en het belang van de doop.

II

3.    Wij belijden één, heilige, katholieke en apostolische kerk zoals verwoord in de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel (381). De eenheid van de kerk is een beeld van de eenheid van de Drie-enige God in de gemeenschap van de goddelijke personen. De Heilige Schrift beschrijft de christelijke gemeente als het lichaam van Christus. De verscheidenheid van de ledematen, die desalniettemin onderling verbonden zijn, is wezenlijk voor zijn heelheid: “Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God, die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. In ieder is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van aller welzijn” (1 Cor. 12:4-7).  Zo wordt de Kerk, als het volk van God, het lichaam van Christus en de tempel van de Heilige Geest, geroepen om haar eenheid in rijke verscheidenheid zichtbaar te maken.

4.    De kerk als gemeenschap van gelovigen wordt geschapen door het Woord van God, want door het horen van de verkondiging van het evangelie wordt het geloof gewekt door de werking van zijn Heilige Geest (Rom. 10:17). Aangezien het goede nieuws, verkondigd om het geloof te wekken, het goede nieuws is dat door de apostelen is overgeleverd, is de kerk die daardoor geschapen is, apostolisch. Gebouwd op het fundament van apostelen en profeten is de Kerk Gods huis, een heilige tempel waarin de Heilige Geest leeft en werkzaam is. Door de kracht van de Heilige Geest groeien gelovigen samen tot een heilige tempel in de Heer (Ef. 2:21-22).

5.    Wij zijn het erover eens dat het apostolisch geloof van de kerk één is, zoals het lichaam van Christus één is. Toch kan het legitiem zijn dat het geloof van de kerk uiteenlopend wordt geformuleerd. Het leven van de Kerk als nieuw leven in Christus is één. Toch wordt het opgebouwd door verschillende charismata en ambten. De hoop van de Kerk is één. Toch wordt zij uitgedrukt in verschillende menselijke verwachtingen. Wij erkennen dat er verschillende ecclesiologische uitgangspunten zijn en een reeks van visies op de verhouding van de Kerk tot de kerken. Sommige verschillen zijn een uitdrukking van Gods genade en goedheid; zij moeten onderkend worden in Gods genade door de Heilige Geest. Andere verschillen verdelen de Kerk; deze moeten overwonnen worden door de Geestesgaven van geloof, hoop en liefde,  zodat scheiding en uitsluiting niet het laatste woord hebben. Het is “Gods plan om in de volheid van de tijd alles in Christus bijeen te brengen” (Ef. 1:10), menselijke verdeeldheid verzoenend. God roept zijn volk in liefde tot inzicht en vernieuwing op de weg naar de volheid van ‘koinonia’.

6.    De katholiciteit van de Kerk brengt de volheid, integriteit en volledigheid tot uitdrukking van haar leven in Christus door de Heilige Geest in alle tijden en op alle plaatsen. Dit mysterie komt tot uiting in iedere gemeente van gedoopte gelovigen waarin het apostolisch geloof wordt beleden en geleefd, het evangelie wordt verkondigd en de sacramenten worden gevierd. Iedere kerk is de katholieke Kerk en niet enkel een deel daarvan. Iedere kerk is de katholieke Kerk, maar niet het geheel daarvan. Iedere kerk maakt haar katholiciteit waar wanneer zij in gemeenschap met de andere kerken is. Wij erkennen dat de katholiciteit van de Kerk het meest zichtbaar tot uiting komt in het vieren van de eucharistie en in een onderling erkend en verzoend ambt.

7.    De onderlinge betrekkingen van de kerken zijn dynamisch en interactief. Iedere kerk is geroepen tot het wederzijds geven en ontvangen van gaven en tot het afleggen van rekenschap ten opzichte van elkaar. Iedere kerk moet zich bewust worden van al wat in haar leven slechts voorlopig is en moet de moed hebben dit tegenover andere kerken te erkennen. Ook al is op dit moment het delen van de eucharistie niet altijd mogelijk, toch leggen verdeelde kerken onderling rekenschap af. Zij brengen aspecten van katholiciteit aan het licht wanneer zij voor elkaar bidden, fondsen delen, elkaar helpen in tijden van nood, samen beslissingen nemen, samen werken aan gerechtigheid, verzoening en vrede, elkaar aanspreken op het leerling zijn dat eigen is aan de doop, en in gesprek blijven ondanks de verschillen, omdat zij weigeren te zeggen “Ik heb je niet nodig” (1 Cor. 12:21). Los van elkaar zijn wij verzwakt.


III

8. Allen die in Christus gedoopt zijn, zijn verenigd met Christus in zijn lichaam: “Wij zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden” (Rom. 6:4). In de doop schenkt de Geest de heiligheid van Christus aan de ledematen van Christus. De doop die ons verenigt met Christus roept de kerken op open te zijn en eerlijk tegenover elkaar, zelfs wanneer dat moeilijk is: “Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus” (Ef. 4:15) De doop schenkt aan de kerken zowel de vrijheid als de verantwoordelijkheid op weg te gaan naar gemeenschappelijke verkondiging van het woord, belijdenis van het ene geloof, viering van de ene eucharistie, en volledig delen in één ambt. Er zijn enkele kerken die de rite van het dopen met water niet onderhouden, maar  wel delen in de geestelijke ervaring van het leven in Christus.

9. Ons gemeenschappelijk toebehoren aan Christus door de doop in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest maakt het de kerken mogelijk, ja roept hen op samen voort te gaan, ook wanneer zij het niet eens zijn. Wij bevestigen dat er één doop is, juist zoals er één lichaam en één Geest is, één hoop van onze roeping, één Heer, één geloof, één God en Vader van ons allen (vgl. Ef. 4:4-6). In Gods genade maakt de doop de werkelijkheid zichtbaar dat wij bij elkaar horen, zelfs al zijn sommige kerken nog niet in staat andere als Kerk in de volle betekenis van het woord te erkennen. Wij roepen in herinnering de woorden van de Verklaring van Toronto, waarin de lidkerken van de Wereldraad van Kerken bevestigen dat “het lidmaatschap van de kerk van Christus meer omvattend is dan het lidmaatschap van hun eigen kerk. Zij trachten daarom in levendige betrekkingen te komen met die gelovigen buiten hun eigen kring die belijden dat Christus de Heer is”.

IV

10.     De Kerk als de schepping van Gods Woord en Geest is een mysterie, teken en instrument van datgene wat God beoogt tot de redding van de wereld. Gods genade komt tot uiting in de overwinning over de zonde die bewerkt is door Christus, en in de genezing en de heelheid van de mens. Het koninkrijk van God kan zichtbaar worden in een verzoende en verzoenende gemeenschap, geroepen tot heiligheid: een gemeenschap die tracht de vormen van discriminatie die blijken uit zondige sociale structuren uit te bannen, en tracht te werken aan het helen van de breuken in haar eigen leven en aan de gezondmaking en eenheid in de menselijke samenleving. De Kerk heeft deel aan het verzoenend werk van Christus, die zichzelf ontledigde, wanneer zij haar zending in praktijk brengt. Zo bevestigt en vernieuwt zij het beeld van God in heel de mensheid en werkt zij aan de zijde van al diegenen aan wie menselijke waardigheid is ontzegd door economische, politieke en sociale marginalisering.

11.    Zending maakt wezenlijk deel uit  van het leven van de kerk. In haar zending maakt de Kerk haar roeping waar om het Evangelie te verkondigen en de levende Christus aan heel de schepping aan te bieden. De kerken ervaren dat zij leven naast mensen die een andere geloofsbeleving en ideologie aanhangen. Als een instrument van God, die de Heer is van heel de schepping, is de Kerk geroepen om een dialoog en samenwerking met hen aan te gaan zodat haar zending het tot hun recht komen van alle schepselen en het welzijn van de aarde bewerkstelligt. Alle kerken zijn geroepen om de zonde in al haar manifestaties te bestrijden, in eigen midden en in hun omgeving, en met anderen samen te werken om onrecht te bestrijden, menselijk lijden te verlichten, geweld te overwinnen en volheid van leven veilig te stellen voor alle mensen.

V

12. Zolang hij bestaat is de Wereldraad van Kerken bij uitstek instrument geweest waardoor de kerken in staat waren naar elkaar te luisteren en met elkaar te spreken door thema’s aan de orde te stellen, die voor de kerken een uitdaging zijn en voor de mensheid een gevaar betekenen. In de oecumenische beweging hebben kerken bovendien vragen die hen verdeeld hielden bestudeerd door middel van multilaterale en bilaterale dialogen. En toch hebben de kerken niet altijd hun wederzijdse verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar erkend, en hebben zij  niet altijd de noodzaak ingezien tegenover elkaar rekenschap af te leggen van hun geloof, leven en getuigenis en  zich duidelijk uit te spreken over de factoren die hen gescheiden houden. De ervaring van het leven dat wij al delen en de resultaten van multilaterale en bilaterale dialogen in gedachten houdend, is het nu tijd samen concrete stappen te zetten.

13. Daarom roept de Negende Assemblee de Wereldraad van Kerken op voort te gaan met het bevorderen van diepgaande gesprekken tussen de verschillende kerken. Ook nodigen wij al onze kerken uit om ernst te maken met de moeilijke taak zich oprecht rekenschap te geven hoe hun eigen geloof en christelijk leven zich verhouden tot die van andere kerken. Elke kerk wordt uitgenodigd de opvattingen, die haar relatie tot de andere kerken bepalen, ook als dat beperkende bepalingen zijn, duidelijk te formuleren. Het eerlijk uitwisselen van wat men gemeenschappelijk heeft, van zaken waarover de standpunten uiteenlopen en van geschilpunten zal alle kerken helpen te doen wat tot vrede leidt en wat het gemeenschappelijke leven bevordert.

14.    Met het oog op de volledige zichtbare eenheid worden de kerken opgeroepen om de telkens terugkerende kwesties nog eens opnieuw en  meer ter zake aan de orde te stellen. Vragen die bij de kerken permanent op de agenda zouden moeten staan zijn onder andere de volgende:

a. In hoeverre kan uw kerk een getrouwe uitdrukking van het apostolisch geloof herkennen in haar eigen leven, gebed en getuigenis en in dat van andere kerken?
b. Waar bespeurt u in het geloof en het leven van andere kerken, dat zij trouw zijn aan Christus?
c. Herkent uw kerk in het leven van andere kerken een gemeenschappelijk patroon van initiatie op basis van de doop?
d. Op grond waarvan meent u als kerk dat deelname aan de maaltijd van de Heer met leden van andere kerken noodzake¬lijk, respectievelijk geoorloofd dan wel onmoge¬lijk is?
e. Op welke manieren kan uw kerk de officiële ambten van andere kerken erken¬nen?
f. In hoeverre kan uw kerk de spiritualiteit van andere kerken delen?
g. In hoeverre is uw kerk bereid met andere kerken één front te vormen bij de aanpak van problemen, zoals sociale en politieke overheersing, vervolging, onder¬drukking, armoede en geweld?
h. In hoeverre is uw kerk bereid met andere kerken tot delen in de apostolische zending?
i. In hoeverre deelt uw kerk samen met andere kerken in catechese en theologische op¬leiding?
j. Kan uw kerk ten volle delen in gebed met andere kerken?

Wanneer zij deze vragen aan de orde stellen zullen kerken worden uitgedaagd terreinen die om de vernieuwing van hun eigen leven vragen en nieuwe mogelijkheden om de band met gelovigen van andere tradities te verdiepen, te onderkennen.

VI

15.    Onze kerken trekken samen op in gesprek en gemeenschappelijke actie in het vertrouwen dat de opgestane Christus zichzelf zal blijven openbaren zoals hij deed in het breken van het brood in Emmaüs en dat hij de diepere betekenis van solidariteit en gemeenschap zal ontsluiten (Luc. 24:13-35). Gelet op de voortgang, die is gemaakt in de oecumenische beweging, sporen wij onze kerken aan  deze moeilijke, maar vreugdevolle weg te vervolgen, vertrouwend op God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, wiens genade onze inspanningen voor de eenheid omzet in  gemeenschap als vrucht daarvan. .

Laten wij luisteren naar wat de Geest zegt tot de kerken!